vrijdag 19 december 2014

Jaar

Vorig jaar op 19 december begon ik met dit weblog. Omdat ik het een jaar zou gaan proberen, en omdat ik geen betere naam wist te bedenken, en omdat ik niet ging uitstellen met beginnen totdat ik een goede naam, lay-out of plan van aanpak had, noemde ik het Jaartje bloggen en begon.

Niet dat ik nu wel een plan van aanpak heb, of een andere naam, of over de lay-out heb nagedacht, of er al over uit ben waarom ik eigenlijk precies zou willen bloggen. Maar hoewel ik zou denken dat het logisch is als je altijd al schrijft, en dan een weblog begint om daar stukjes op te zetten, was het eerder andersom. Mijn weblog zette me aan het schrijven. En daar werd ik boven verwachting blij van.


Weet je wat, ik doe gewoon nog een jaar. Leuk dat je meeleest!

maandag 8 december 2014

Zelf doen

Mijn leuke peuter is bijna twee-en-een-half en is begonnen aan het serieuze zelf-doen.

Vaak gaat het zelf-doen op eigen initiatief. Zo was ik nog niet op het idee gekomen om mijn tweejarige al een mes te geven bij het eten. Daarom pakt hij gewoon mijn mes en gaat enthousiast zijn brood smeren. Vanwege zijn verontwaardiging als het niet mag, en omdat ik het knap vind dat hij het zelf kan en er zo zijn best op doet, laat ik hem zijn gang gaan. Meestal (behalve als ik echt geen tijd en/of zin heb om te wachten tot hij klaar is en na afloop zijn handen/kleren/de tafel pindakaas-vrij te maken).


Hij wil graag stofzuigen. Dat gaat het allerbeste als ik het hem helemaal zelf laat doen. Het lijkt niet de meest efficiënte manier van stofzuigen, maar na allerlei frustraties, waaronder een boze peuter omdat ik hem wilde helpen, of omdat ik nadat hij gestofzuigd had ook nog zelf wilde stofzuigen, dit alles in combinatie met dat ik stofzuigen helemaal niet leuk vind, heb ik ontdekt dat ik het echt het beste los kan laten (en daarnaast gewoon af en toe zelf uitgebreid te stofzuigen). Het gaat zo: ik zet de stofzuiger in de kamer neer. Dan vraagt hij of hij mag stofzuigen. Ik zet de stofzuiger op de zachtste stand, de slang op de kortste stand en zet hem aan. Ik heb nu alle tijd om de vloer op te ruimen. Hij doet echt zijn best en wil ook de plekjes doen die ik aanwijs waar kruimeltjes liggen. Dan weersta ik de neiging om alle hoekjes nog even goed te doen en laat hem zelf op de knop drukken waarmee de stekker weer in de stofzuiger verdwijnt.

Hij wil liever met mijn pen in mijn schrift schrijven dan met zijn stiften in zijn eigen kleurboek.


Het liefst wil hij zelf zijn kleren aan- en uitdoen, maar dat is nog wel moeilijk, zeker omdat winterkleren en -jassen nou eenmaal moeilijker zijn dan dunne zomerkleren. Kon hij de schoenen op onderstaande foto nog helemaal zelf aandoen, met zijn nieuwe schoenen met zowel rits als klittenband lukt dat niet meer.


Schreef ik nog geen drie maanden geleden over hoe hij leerde praten, nu kan hij liedjes zingen ("Hinterklaas is harig"), gevoelens verwoorden ("helemaal dietig") en grapjes maken. Hij heeft een eigen mening over dingen. Hij kan die verwoorden in lange zinnen, zoals toen ik bananen in de blender deed om smoothie te maken en hij verontwaardigd zei "wat doe jij met die bananen?".

Waarschijnlijk is het best nuttig dat hij mijn geduld oprekt en af en toe tot het uiterste test. Nog afgezien daarvan vind ik mijn peuter nog zo lief klein en tegelijkertijd al zo knap, slim en grappig. Trots is denk ik het goede woord.

zaterdag 15 november 2014

Herfstzon


 
de herfstzon schijnt
laat mijn zorgen verdwijnen

 

ze stelt me gerust
fluistert dat na de winter de lente begint

 

paddenstoelen onder een blauwe lucht
ik doe mijn jas nog even uit


dinsdag 4 november 2014

Reading Challenge - columns

De ideale schoonzoon - Herman Koch 
Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour - Aaf Brandt Corstius


Nog leuker dan een leuke column, vind ik een boek met een hele verzameling leuke columns.

Zo las ik "De ideale schoonzoon" van Herman Koch. Fijne columns over zijn leven als schrijver, over zaken als reizen, geluk, familie en wachten.

En dan was daar "Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour" van Aaf Brandt Corstius, met columns die ze schreef voor de nrc.next. Ze schreef ze in 2006 en 2007 over onderwerpen als plekken waar ze naar toe ging, van het Boekenbal tot de Huishoudbeurs, en de politiek (o ja, Balkenende was minister-president en Rita Verdonk kreeg zoveel voorkeursstemmen dat we dachten dat het niet zoveel meer zou worden met Mark Rutte). Ik moest er zo vaak hardop om lachen, dat oudste zoon verzuchtte: "kan je dat lachen niet ergens anders doen, het leidt me af". Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet het geduld had om te wachten met verder lezen totdat ik helemaal alleen was. Waarvoor excuses aan mijn huisgenoten.

Minstens net zo hard moest ik vorig jaar lachen om "Het jaar dat ik (2x) moeder werd" van Aaf Brandt Corstius, met columns over haar twee kinderen die in een jaar tijd geboren werden.

maandag 3 november 2014

Reading Challenge - Luchtvissers

Luchtvissers - Gerwin van der Werf

Teksten op de achterflap van boeken, ik heb het er niet zo op. Ik lees ze liever helemaal niet, en als ik ze al lees, dan met bijna dichtgeknepen ogen, zodat ik tussen de spleetjes door net een beetje kan lezen waar het over gaat, maar de rest niet per ongeluk ook lees, zodat ik al weet waar het boek over gaat.

Wie verzint die teksten eigenlijk? Mag ik even kwijt dat ik vind dat er op de gemiddelde achterflap al veel te veel over het verhaal verteld wordt? Een beetje in de trant van:
 

"Q. komt in een langdurige tweestrijd terecht als ze moet kiezen tussen X. of Z. Wat zal ze kiezen, wie komt ze op haar weg nog meer tegen en zal het langverwachte geluk haar uiteindelijk toelachen of niet? Een roman over volwassen worden, keuzes maken en moed."

Ik weet nu dus al dat:
a) het boek over Q., X. en Z. en nog meer andere mensen gaat
b) dat het boek een langdurige tweestrijd gaat beschrijven
c) dat op het einde Q. moedig gaat zijn, een keuze gaat maken, volwassen is geworden en bovendien gelukkig

Maar dit alles wilde ik nog niet weten, want ik ging het boek lezen om het te weten te komen. Ik wil een boek liever zalig onwetend lezen, dus vermijd ik achterflap-informatie zoveel mogelijk. Om dezelfde reden vind ik trailers van films trouwens ook een erg hoog spoiler-gehalte hebben. In een minuut tijd komen fragmenten van scenes uit de hele film voorbij, zelfs van bijna op het eind.

Twee nadelen heeft wel. Dat achterflapmijdende gedrag.
1) Het is moeilijker om vantevoren in te schatten of je het boek leuk gaat vinden of niet
2) Als je blogjes wilt schrijven over de boeken die je zelf gelezen hebt, voelt het alsof je zelf een soort achterflappen aan het schrijven bent. Tenzij je helemaal niks over het verhaal vertelt, maar ja, dan heb je ook zo weinig te zeggen.


Eén van de boeken die ik helemaal blanco begon te lezen, is 'Luchtvissers' van Gerwin van der Werf. Puur op het gegeven dat ik zijn columns in Trouw over zijn werk als docent op een middelbare school graag lees, leende ik dit boek. Ik moet zeggen dat het nogal anders was dan ik verwacht had op basis van zijn columns die grappig zijn en scherp en goed geschreven en gaan over het dagelijkse leven van lessen, pubers, schoolreisjes en toetsen. Dat krijg je er dus van, als je aan een boek begint zonder de achterkant gelezen te hebben.

Het boek begint met een citaat uit 'Nooit meer slapen' van W.F. Hermans. Toen had ik eigenlijk al kunnen weten dat dit niet echt een vrolijk boek zou worden. Maar na de eerste bladzijde wilde ik verder lezen, en nog verder, en het uitlezen, en na het einde het liefst ook nog weten hoe het verhaal daarna verder zou gaan.

Wanhoop, geheimen, schuld, (on)geloof, eenzaamheid... en dat alles op een eiland dat is afgesloten van de buitenwereld. Hopeloosheid afgewisseld door sprankjes hoop. Zoveel ellende als erin voorkomt, zo boeiend, mooi en spannend is het geschreven. Een verhaal dat je grijpt en 's avonds laat nog wakker doet liggen.

woensdag 29 oktober 2014

Trakteren

Toen oudste zoon drie werd begon het. Hij zat op de peuterspeelzaal en mocht trakteren. Inmiddels heb ik alles bij elkaar opgeteld elf keer een jarig kind naar school gebracht met versierd mandje. Daarbij mocht oudste zoon trakteren toen zijn zusje geboren was en trakteerden zoon en datzelfde zusje drie jaar later toen hun broertje geboren was.

Waar ik in het dagelijks leven zelden knutsel, word ik een paar keer per jaar erg vrolijk van het in elkaar zetten van een stuk of 25 autootjes/ treintjes /vlinders/ wat we verder bedenken. Het moet niet. Maar waar 1 zo'n geknutseld dingetje niet heel bijzonder is, wordt het geheel van een stuk of 25 autootjes/ treintjes/ vlinders/ wat we verder bedenken gewoon... heel leuk.

Zo werden het een keer Kameleon-bootjes, en gitaartjes van glimkarton met priegelige snaren erop geplakt, en wiegjes voor als de baby geboren zou zijn. Deze maand werd onze dochter zes jaar. Met haar nieuwe oorbellen in pasgeschoten gaatjes mocht ze trakteren. Ik knoopte daar armbandjes voor (een stuk of 25), begon daar afgelopen zomer al mee, en ja, daar werd ik ook heel blij van...


Op een gegeven moment bereiken ze vanzelf een leeftijd waarop zelf in elkaar geknutselde traktaties niet meer zo nodig hoeven. Gelukkig is jongste zoon pas twee en gaat hij komende lente nog maar voor het allereerst trakteren.


 
 





donderdag 16 oktober 2014

Bessenstruiken

Vier jaar geleden gingen we verhuizen. Van onze flat met balkon naar een huis met een tuin. De tuin zag ik al al helemaal voor me. Bessenstruiken, een appelboom en gras om met je bloten voeten op te lopen.

Toen we voor het eerst even met z'n allen gingen kijken bij het huis waar we zouden gaan wonen was het commentaar van onze zoon van toen vijf: 'waar is het gras - want ik mocht toch grasmaaien?'.

Geen gras dus. Ook geen bessenstruiken of appelboom. Wel heel veel tegels trouwens. Ook best handig.

Inmiddels hebben we nog steeds geen gras. En ook geen appelboom. Maar wel bessenstruiken. En wat word ik daar blij van!


Zo plantte ik dit voorjaar een braamstruik. Wat een mooie roze bloemetjes kwamen er aan, de braam in wording kan je er al in zien zitten. Veel bramen hebben we er niet van gegeten, maar het was dan ook nog maar een heel klein struikje.

 


Rode bessen hebben we ook. De blijdschap van de ontdekking van het eerste rood geworden besje maakte ruimschoots goed dat we er uiteindelijk maar een te verwaarlozen aantal bessen van hebben gegeten.



En dan de frambozen. Tegelijk met de braamstruik geplant, een struikje van een centimeter of dertig hoog met een paar blaadjes eraan. Hij groeide en groeide. We plukten er wat frambozen van. Er kwamen nog meer bloemetjes aan, en nog meer. In september waren er elke dag wel een paar rijp. Vandaag plukte ik onderstaande handvol, bijna de allerlaatste van de struik.



Goed. Het is geen manden vol, potten jam en nog over om uit te delen hoeveelheid. Maar ik word er dus echt heel erg blij van...



vrijdag 10 oktober 2014

Viooltje






een viooltje bloeide in de tuin
zo mooi en ook nog onverwachts

niet gezaaid en niet geplant
zomaar aan komen waaien

ik maakte er een foto van
zoomde in en vroeg mij af


wie mengde deze kleuren
het diepe paars en felle geel

wie tekende met een fijn penseeltje
de zonnestralen na

wie schilderde de golven
het witte schuim erbovenop

de zon op de zee


en ik dichtte
want ik dacht

dit kleine bloemetje
staat prachtig mooi versierd te zijn




maandag 22 september 2014

Taalbadje

Sinds kort geeft onze peuter antwoord als je hem iets vraagt.
Het liefst ontkennend. IJzersterk kan hij zijn 'nee' onderbouwen:
'Tuurlijk niet'
'Nee niet'
'Nee e wel'

Hij kan een zin van best veel woorden zeggen.
Zo roept hij bovenaan de trap naar beneden:
'I-ene, hier ben ik!'
Vier woorden achter elkaar.
Hoewel hij me verder gewoon mama noemt, roept hij bij de trap mijn naam, extra hard.


Hij kan uitleggen wat er gebeurde:
'Au been toten'

Of verontwaardigd zijn:
'Nou hou op!'

Of iets benoemen waar hij aan denkt:
'Oe i - e' (deze snapte ik echt niet, maar gelukkig wilde hij het nog een paar keer herhalen en snapte zijn zus wel dat hij boer Pikkels bedoelde, van Bob de Bouwer)

En ook een heel gesprek voeren:
'mama baan?' - 'nee, nu niet'
'mama baan a-bief?' - 'nee, je hebt net al een banaan gehad'
'nee niet' - 'morgen mag je weer een banaan'
'banaan?'

Voor de zomervakantie, toen hij net twee jaar was geworden, zei hij alleen nog losse woorden van een, hooguit twee lettergrepen. Het viel me soms op dat andere kinderen van zijn leeftijd al veel meer zeiden. Niet dat dat veel uitmaakt, tenzij er natuurlijk iets aan de hand is. Maar toen we op vakantie waren ging hij ineens antwoord geven als je iets vroeg, zinnetjes maken, dagelijks nieuwe woorden zeggen. Ik stel me zo voor dat mijn leuke peuter maandenlang woorden, zinnen, begrippen heeft opgespaard in zijn hoofd. Een soort taalbadje, en op vakantie trok hij de stop eruit. Sindsdien zegt hij steeds meer, kent hij steeds meer namen, spreekt hij woorden vandaag beter uit dan gisteren. Afgezien van de soms lichtelijk frustrerende of ook hilarische momenten, vind ik het vooral verbazend leuk en bijzonder om te zien hoe hij, na als dreumes wat geoefend te hebben, als peuter zomaar de wereld van het gesproken woord binnenbuitelde.

zaterdag 6 september 2014

Appels

Gisterochtend kwam ik thuis met mijn fietstassen vol met appels. Uit een hoge boom gevallen, over de stoep gestuiterde, gedeukte appels.


Niet heel geschikt om zo op te eten. Maar na een uurtje wassen, schillen, bruine plekken eraf snijden (heel veel) en de partjes nog een keer wassen... o, het idee wat je daar allemaal voor lekkers van kan maken!


Appelmoes bijvoorbeeld.

Of appel-kaneel jam.


En dan zijn er ook nog genoeg over om appeltaart te maken. Of appelcake. Of appelflappen. Of gedroogde appeltjes.

Het kost wel wat tijd. Maar ik word er dan ook wel heel blij van.

maandag 11 augustus 2014

Reading Challenge - onweerstaanbaar

Jarenlang heb ik het niet echt meer gedaan. Als kind las ik uren en uren, haalde zeven boeken uit de bieb, las ze allemaal en ging weer terug voor nieuwe. Blijven lezen ben ik altijd wel, bij vlagen veel en ook tijden weinig. Maar kinderboeken, daar ben ik op een gegeven moment toch zo'n beetje mee gestopt.

Toen ik moeder werd waren er weer boeken als Nijntje, Grote beer kleine beer en Gonnie om eindeloos vaak voor te lezen. Maar het lezen van kinderboeken kwam pas echt terug toen onze zoon zelf begon te lezen. Ik haalde mijn boeken van vroeger van zolder en las met hem mee. Zat weer in de lift van Abeltje, was weer in het donkere bos met Daantje de wereldkampioen.

Ook boeken die ik niet van vroeger ken, lees ik regelmatig mee. Leuk is dat, om te weten waar hij om moet lachen, wat hij spannend vindt. En gezellig om af en toe te praten over boeken die we allebei gelezen hebben. Maar nog afgezien daarvan ... hoe onweerstaanbaar grappig, spannend, ontroerend zijn kinderboeken! Verhalen zijn lekker gek, luchtig en kunnen tegelijkertijd over gevoelens gaan, over vriendschap, over de dood en de liefde. De kinderen snappen de dingen vaak veel beter dan de volwassenen. Met een beetje geluk vallen die volwassenen mee of zijn ze echt aardig, grappig, lief, behulpzaam. Maar met een beetje pech snappen ze er allemaal niks van of zijn ze zo gemeen dat ze doen denken aan juffrouw Bulstronk uit Matilda. Droevige, moeilijke en enge dingen gebeuren ook, maar het eindigt gewoon goed, de kinderen bevrijden de opgesloten mensen, redden de bomen, lossen de raadsels op.

Zo las ik van Mirjam Oldenhave de serie boeken over Mees Kees (de nog niet helemaal volwassen stagair die zijn lessen ondersteunt met cola en chips, flink in de weg wordt gezeten door Dreus het hoofd van de school, maar ondertussen de kinderen wel echt dingen bij weet te brengen), las ik van Janneke Schotveld de boeken over Superjuffie (juf Josje, die als er dieren in nood zijn verandert in Superjuffie om ze te helpen, samen met de kinderen plannen maakt om bomen te sparen en plastic soep op te ruimen, daarin helaas voortdurend gedwarsboomd door meester Snor de directeur - wat is dat toch met directeuren van basisscholen?) en het sprookjesachtige Zsa Zsa.

Kinderboeken, ik hou ervan!

zondag 10 augustus 2014

Vakantie (3) - thuis

Vantevoren heb ik altijd veel zin om op vakantie te zijn, maar zie ik toch altijd weer op tegen het inpakken. Voor vertrek raak ik meestal lichtelijk gestresst. Alleen spullen in een tas stoppen lijkt best te doen, maar daar komen altijd dingen bij als kleren die mee moeten maar nog in de wasmachine zitten, spullen die kwijt of stuk blijken te zijn, kinderen die er enthousiast vandoor gaan met dingen die ik net klaar gelegd dacht te hebben.

Deze keer ging het best goed (lees: we waren niet tot middernacht bezig en kregen geen ruzie als gevolg van te laat nog bezig zijn met inpakken en opruimen), maar ik blijf het een heel gedoe vinden. In de week voor vertrek was het erg warm, waardoor ik meer zin had om lekker lui een boek te lezen dan op de warme zolder de kampeerspullen op te zoeken. Die hadden we drie jaar geleden voor het laatst gebruikt en netjes allemaal bij elkaar opgeborgen. Tent, haringen, gaspit, waslijn, fijne stoel 1. Fijne stoel 2, die er om onduidelijke reden niet bij lag, bleek op de vlonder in de schuur te liggen. Om het campinggevoel vast op te roepen ging ik er even op zitten. Reden opgehelderd, stoel doorgezakt. Met een passend boutje was hij zo weer gerepareerd, maar je vraagt je toch af waarom we dat niet drie jaar geleden meteen gedaan hadden.

Langzaamaan begon het ergens op te lijken, stapelden de spullen en tassen zich op. En daar maakte ik me dan ook weer druk over. Waarom nemen we zoveel spullen mee? Maar ja. Voor kamperen heb je nou eenmaal wel een tent nodig, en slaapzakken, luchtbedden, pannen, een teiltje, dat soort dingen. Hoewel het dus tijdens het inpakken zo warm was dat ik me niet kon voorstellen dat ik een paar dagen later blij zou zijn met een warme pyama, nam ik die toch mee, en naast een parasol, zwemspullen, slippers en voor iedereen een badhanddoek, ook paraplu's, vesten en vijf paar laarzen.

Tijdens het inpakken leek het me onwaarschijnlijk dat we overal aan zouden denken, maar toen de vakantie eenmaal begonnen was bleek dat we niks vergeten waren. Hoewel het meestal heerlijk weer was, hebben we de laarzen en vesten ook aangehad, en werden de nachten zo fris dat we inderdaad blij waren met warme pyama's.

Genoten, tot rust gekomen, was ik toch ook wel weer blij om weer naar huis te gaan. Op de klok duurde de terugweg even lang als de heenweg. Toch leek het terug veel sneller te gaan. Heen veel geklommen, betekent terug vaker dalen. Ook lijkt het minder lang te duren als je al weet waar je naar toegaat, met elk stukje dichter bij huis komt.


Wat is het dan fijn om veilig weer thuis te komen, de was in de wasmachine te stoppen, de wc in de buurt te hebben, weer eens uitgebreid te koken, in je eigen bed te slapen.

Weer thuis!

zaterdag 9 augustus 2014

Vakantie (2) - kamperen

Waar de tijd loskomt van de klok
je niet veel meer hoeft te doen
dan voor je tent zitten,
genieten van de zon,
blote voeten in het gras.

Of met z'n allen in de tent,
lezen, kleuren,
luisteren naar het tikken van de regen.

Waar de dingen langer duren
- water koken,
naar de wc lopen,
dat soort dingen -
maar je toch nog een zee van tijd over hebt.

Genieten van mensen om je heen,
spelende kinderen,
goede gesprekken,
lekker buiten.

We werden bruiner en blonder,
waren druk met zwemmen,
lezen, ijsjes eten,
tot rust komen.

vrijdag 8 augustus 2014

Vakantie (1) - heenweg

Het leek een leuk en praktisch idee om met de fiets op vakantie te gaan.

Ik herinner me een moment een paar maanden geleden dat we een half uur met de auto onderweg waren, het emmertje voor bij wagenziekte al tevoorschijn was gekomen en de jongste in het midden op de achterbank zowel naar links als naar rechts meppen uitdeelde, en dat ik dacht, kunnen we niet een beetje in de buurt op vakantie, en er dan gewoon op de fiets naar toe? Als je op de fiets gaat, heb je daar de hele vakantie je eigen fietsen bij je. Je bent lekker buiten. Waarom ook niet?

We zochten een camping in de buurt en vonden er een in Hoenderloo. Op 26 kilometer afstand van Ede, wat voor peuter van twee niet te lang leek om voorop te zitten, en wat ook voor dochter van vijf, die net op haar nieuwe, grotere fiets paste, te doen leek.

We brachten de spullen een dag vantevoren met de auto en zetten de tent op. Het weerbericht voor de volgende dag was wisselvallig, maar toen we 's ochtends op de fiets stapten was het droog.


Van Ede naar Otterlo fietsten we over de Koeweg. Een fietspad buiten de provinciale weg om, waar het landschap afwisselt van open tot beschut, van hoog naar laag en weer omhoog, met geuren van bos en hei. Om het overzichtelijk te maken staat er aan het begin een koe op het pad, en weet je dat je aan het einde gekomen bent als er opnieuw een koe op het pad staat.


De regenpakken, fietspomp en plakspullen bleven in de fietstas. De petjes en de zonnebrand kwamen er wel uit. We stopten lekker vaak voor iets te drinken of eten. Na een uur of drie kwamen we aan. Trots omdat de oudste twee zelf gefietst hadden, blij omdat we er waren.

Vakantie!

maandag 21 juli 2014

Reading Challenge - The To-do List

The To-do List. For anyone who has ever written a To-Do List... and then left it undone! -  Mike Gayle

O ja, ik deed dus mee met de Reading Challenge. Dat lezen, dat heb ik wel gedaan het afgelopen halfjaar. Af en toe schreef ik er een stukje over. De rest van de boeken las ik, met het idee dat ik daar later wel een keer iets over zou schrijven. Morgen ofzo. Bijvoorbeeld over 'The To-do List'. Omdat er op de voorkant stond dat het 'hilariously funny' was, nam ik het mee uit de bieb. Las het in een paar dagen uit. Verlengde het een paar weken later, omdat mijn leuke man het ook nog wilde lezen. Verlengde het daarna nog een keer, omdat ik er nog iets over wilde schrijven, wat ik nog steeds niet had gedaan toen het boek echt terug moest naar de bieb. Dat boek dus, was inderdaad erg grappig. Ik heb er vaak hardop om gelachen en vond het regelmatig erg herkenbaar (en ook een beetje... confronterend). Het is geschreven door Mike Gayle, een romanschrijver die hier een autobiografisch verslag doet van een hele lange to-do-list die hij maakt op de dag voor zijn zesendertigste verjaardag, in de hoop nu eens een fatsoenlijke volwassene te worden die niet de hele tijd van alles voor zich uitschuift. Voor zover ik weet niet in het Nederlands vertaald, maar wel echt een aanrader!

p.s. waarschuwing: voor je het weet ga je als je dit boek uit hebt, of zelfs terwijl je nog aan het lezen bent, ineens allemaal dingen bedenken die je eigenlijk al lang had moeten en/of willen doen, van stukjes schrijven tot afspreken met vrienden tot knopen aannaaien, en wie weet ga je sommige ervan ook wel daadwerkelijk doen.

p.p.s. binnenkort meer over andere boeken die ik las...

donderdag 19 juni 2014

Bijna zomer

Vandaag precies twee jaar geleden dronken we tonic in de tuin.


Het was een mooie avond om buiten te zitten. Hoewel de lente officieel nog niet was afgelopen, was het al uitbundig zomers weer geweest. Het was bijna de langste dag van het jaar. Zevenjarige zoon en driejarige dochter lagen te slapen.

Het was twee dagen na de uitgerekende datum. Ik was in het soort tijdsvacu
üm beland dat me bekend voorkwam van de vorige twee keer dat ik overtijd was. Elke dag zou het kunnen gaan beginnen, maar het kon ook nog een week of twee duren. Er leek geen einde te komen aan een dag, omdat gewone dingen als iets van de grond oprapen, een stukje lopen en me omdraaien in bed moeizame handelingen waren geworden. En dan al die mensen die (heel liefbedoeld) vragen 'o, is er nog steeds niks?' - eh, nee dus.


Ik kan me niet herinneren ooit eerder tonic te hebben gedronken, maar dat we het deze avond in huis hadden gehaald had iets te maken met de mogelijk bevallingsbevorderende werking, en dat het een gezellig idee leek om samen iets te drinken.

We praatten over onze nieuwsgierigheid, zorgen, hoe we dachten dat het zou zijn. We zeiden tegen elkaar dat we hoopten dat het niet lang meer zou duren, dat het goed zou gaan, dat we benieuwd waren of het een jongetje of meisje was en hoe de kinderen het zouden vinden. We haalden herinneringen op aan drie en zeven jaar geleden.

We wisten toen nog niet dat een halve dag later onze kleine jochie geboren zou zijn. Dat de bevalling best snel zou gaan maar ook niet echt vanzelf. Dat er een ambulance aan te pas moest komen, een infuus, maar dat hij uiteindelijk toch gewoon zonder verdere toestanden geboren werd. Zo klein, zo lief.



Morgen vieren we feest, met een taart met twee kaarsjes.
Maar vanavond drinken we tonic. Op de verwachting, op het geluk, op het leven.




zaterdag 14 juni 2014

Aardbei


de geur van de zomer

de smaak
zoet, zoeter, zoetst

en dan het ontwerp
mooi, mooier, mooist


niet vergeten:
eerst even naar je aardbei kijken voor je hem opeet


vrijdag 6 juni 2014

Wakker

de dag loopt stroef
duurt langer dan normaal

regen valt met bakken uit de lucht
gaat gepaard met gejengel en gezucht

als het eindelijk bedtijd is
kan je niet slapen

buiten is het droog
maar jij huilt dikke tranen

het schemert al
ik ben het zat

maar hee wacht
je bent nog zachter dan ik dacht

we knuffelen het donker tegemoet
zo is het goed

donderdag 22 mei 2014

Nou en of!


Met een (waarschijnlijk tijdelijk) Bob de Bouwer-geobsedeerde peuter in huis, ontkom ik er niet dat ik regelmatig aan Bob de Bouwer denk, naar hem kijk en om hem (of eigenlijk nog meer om de peuter die naar hem zit te kijken) moet lachen.

De tv was eerder alleen interessant als er toevallig een broer en/of zus naar aan het kijken was. En dan nog het meest om de knopjes die er op zitten en die je kan proberen in te drukken (het liefst eerst op het nogal kleine en wiebelige tv-kastje klimmen, erop staan en dan op de knopjes drukken).

Maar nu, nu hij bijna twee is, heeft hij ontdekt dat als de tv uit is en er niks te zien is, er toch Bob de Bouwer op zou kunnen komen. Hoewel zijn woordenschat nog niet al te groot is, kan hij wel 'Bo Bou' zeggen, wat best een lang woord is voor iemand die nog niet eens 'mama' zegt.

Met een beetje geluk probeert hij het elk half uur, met een beetje pech elke vijf minuten. Naar de tv wijzen en 'Bo Bou' zeggen. Nog een keer, maar dan iets dwingender. Over de bank heen naar de tv klimmen, daar een Bob-dvd pakken en die aan mij komen geven. Als ik iets zeg in de trant van 'nee, nu geen Bob de Bouwer' een pruillip trekken en heel zielig 'Bo Bou' zeggen.

Hij deed dit vanmiddag ook, terwijl zijn broer en zus Cars keken. Leuk, zou je denken, Cars, maar dat is dus geen Bob de Bouwer. Het is nog best een uitdaging om het dan een beetje gezellig te houden in huis. En laatst had ik een keer een Nijntje dvd aangezet, waarop hij begon te huilen, wat meteen gevolgd werd door een dankbare glimlach toen ik Nijntje toch maar voor Bob verwisselde.

Bob de Bouwer. Het muziekje, de verhaaltjes, de personages (waaronder een reuze enthousiaste maar soms wel wat knullige Bob, een altijd geduldige en stiekum net wat slimmere Wendy en een stelletje machines met de nodige persoonlijke uitdagingen, om maar wat te noemen, een hijskraan met hoogtevrees). Ze roepen bij mij een groepje herinneringen op van een jaar of zeven geleden. Grote broer van nu negen was toen bijna twee. We hadden net onze eerste tv en maar liefst 1 dvd, namelijk Bob's trompet. Eindeloos hebben we dat eerste verhaaltje gekeken, over Bob en zijn trompet, want de andere verhaaltjes wilde hij niet kijken. Gevleugelde uitspraken hebben we er aan over gehouden, waaronder 'maakt niet uit' (op momenten dat er iets gebeurt wat juist wel heel erg uitmaakt) en 'ik kreeg toch al pijn in m'n wangen van al dat geblaas'.

Van een paar jaar later, toen onze dochter peuter was, kan ik me niet herinneren dat zij erg onder de indruk was van Bob de Bouwer. Haar broertje daarentegen nu dus wel. Ik noemde het 'Bob de Bouwer-geobsedeerd' - om een beetje te relativeren dat het niet altijd makkelijk is om het leuk te houden en er tegelijk voor te zorgen dat je peuter niet de ganse dag voor de tv zit. Maar afgezien daarvan vind ik het mooi om te zien. Dat proces van bewustwording, van ontwikkelen van een eigen smaak, voorkeur, uit jezelf bedenken dat iets mogelijk is, duidelijk kunnen maken wat je bedoelt.

Ik zeg maar zo:
Kunnen wij het maken?
Nou en of!

dinsdag 6 mei 2014

Over denken

Ik zou wel wat vaker een blogje willen schrijven.
Ik zou vandaag wel weer eens een blogje willen schrijven.
Ik 
Vandaag zou ik wel weer eens een blogje willen schrijven. 
Maar waarover?
Het boek dat ik las moet wachten tot een volgende keer. En ik kan ook niets grappigs, ontroerends of moois bedenken.

Soms helpt schrijven om m'n gedachten op een rijtje te krijgen.
Maar vandaag wil het niet zo lukken.
Ik wil wel iets schrijven, maar ik kan niet bedenken wat.
Maar ik moet toch ook niks schrijven? Als ik perse iets wil schrijven, zegt dat nog niet dat het de moeite waard is. Ben ik eigenlijk zo belangrijk dat ik denk dat ik daar een heel weblog voor nodig heb?
Mijn gedachten gaan in rondjes en ik krijg ze niet in een rijtje.
Trouwens, niemand gaat het merken als ik vandaag een blog begon die ik nooit afschrijf, en de was moet ook nog gedaan worden. 
Gedachten zijn rare dingen. Je zou ze soms wel even stop willen zetten. Een gedachteloos moment hebben. Alleen lijken die momenten onvoorspelbaar en zeldzaam te zijn.
Ik denk, dus ik benzei Descartes. Nu ik er over nadenk, je denkt de hele dag door, bewust of onbewust, net zoiets als ademhalen.

Ik vraag me wel eens af hoe het zou zijn om een dagje in het hoofd van iemand anders te denken. Dat denkt vast heel anders. Wie ben ik eigenlijk, en hoe komt dat?
Hoe zou mijn leven eruit zien als mijn hoofd andere gedachten zou denken?
Ik zou er nog uren over na kunnen denken. Maar de was. die ligt er dus ook nog om opgevouwen te worden. En zometeen moeten er weer kinderen uit bed en van school gehaald worden. Ik kom nergens aan toe zo, het kost best veel tijd al dat nadenken.

Dat ik hier een blogje over zou kunnen schrijven lijkt me wel een goed idee. Alles bij elkaar zijn het zo van die gedachten die zomaar de moeite waard zouden kunnen zijn.
Maar het moet natuurlijk wel een beetje leuk zijn om te lezen hè?
Weet je wat, ik streep gewoon het meeste weg. Dan blijven de leuke dingen vanzelf over. Denk ik.

zondag 4 mei 2014

Vrede





misschien wel het mooiste woord
de mooiste herinnering
de mooiste toekomst

in je land
in je huis
in je hart

vrede

zaterdag 26 april 2014

Onthaasting




boswandeling op peutertempo
mooie steentjes gevonden
'ik hou van jou' gezegd


woensdag 9 april 2014

Reading Challenge - The Story of Stuff


The Story of Stuff. Hoe onze obsessie met spullen de planeet, onze samenleving en onze gezondheid uitput - en een visie op verandering. - Annie Leonard



The Story of Stuff is begonnen als een twintig minuten durende internetfilm die wereldwijd miljoenen keer bekeken werd. Dit boek vertelt dezelfde boodschap als de film, maar dan in ruim 300 pagina's. Iets gedetailleerder dus. Ik heb het gefascineerd uitgelezen. En bezorgd. En beschaamd. Ik denk dat we eigenlijk al wel weten dat we teveel spullen kopen, consumeren, en ook weer weggooien. Teveel afval. Teveel vervuiling. Steeds minder bossen, diersoorten en schone lucht. Steeds meer mensen, dat wel. Maar hoe? Zoveel armoede, honger, mensen die niet eens schoon water te drinken hebben.

Het goede aan dit boek vind ik dat het een totaalplaatje laat zien. Niet alleen onze manier van consumeren is het probleem, of de manier waarop we met afval omgaan, of wat de overheid doet. Maar alles bij elkaar, het hele systeem van winning, productie, distributie, consumptie en afval. De boodschap is dat het systeem moet veranderen, en dat het ook kan veranderen. Het moet, vanwege de grondstoffen die opraken, de planeet die uitgeput raakt, de oneerlijke verdeling dat de rijke mensen de meeste vervuiling en afval veroorzaken, terwijl de arme mensen daar gemiddeld het meeste last van hebben. En het kan, omdat mensen creatief zijn in het bedenken van oplossingen, elkaar kunnen inspireren, overheden en bedrijven maatregelen kunnen nemen die helpen.

Allerlei praktische voorbeelden en tips, zowel op de grote schaal van overheden en bedrijven als op de kleine schaal van je eigen leven, geven een hoopvol idee van wat er kan en wat je zelf kan doen. Niet alle voorbeelden zijn van toepassing op de Nederlandse situatie. Jammer dat er met de vertaling van het boek niet ook een vertaalslag is gemaakt naar onze eigen situatie. Maar daar staat dan wel weer het hoopgevende gevoel tegenover dat je krijgt als je leest dat met enige regelmaat Europa als voorbeeld gebruikt wordt voor hoe het beter kan (dan in de VS, het land waar het meeste gewerkt en geconsumeerd wordt en de meeste hoeveelheid afval per hoofd van de bevolking wordt geproduceerd, en waar minder strenge regelgeving is rondom milieuzaken zoals giftige stoffen).

Na het lezen van dit boek heb ik het eerst eens een paar maanden laten bezinken. Wat ik ervan heb meegenomen is vooral dat we het zo goed hebben, maar dat we vaak zo achteloos met spullen omgaan. Vooral als je kijkt naar alle wegwerpartikelen en verpakkingsmateriaal waar veel grondstoffen voor zijn gebruikt, mensen voor aan het werk zijn geweest (en dan ook nog vaak onder omstandigheden die in het kader van onze Arbowetgeving nooit goedgekeurd zouden worden), fabricage, transport en noem maar op, waar we dan een schijntje voor betalen, om het vervolgens... weg te gooien.

Het blijft dubbel. Minder spullen kopen, en wat ik wel koop bewust proberen te doen, dat probeerde ik al langer. Maar dan nog hoor ik bij de 'big spenders' van de planeet. Het rijkste deel van de wereldbevolking. Bovendien, hoe ik ook mijn best doe, het blijft toch een beetje voelen als een druppel op een gloeiende plaat. Maar ja. Die gloeiende plaat, als je de aarde zo mag noemen, die is er wel. En onze kinderen moeten het ook nog met diezelfde aarde doen. En hun kinderen. Dus het moet. En het is de moeite waard. Geloof ik.

Voor wie benieuwd is naar de film:
http://storyofstuff.org/movies/story-of-stuff/ 

vrijdag 4 april 2014

Lentedag



de zon straalt
warm
blij

de lucht blauw
mooi
stil

de vogels fluiten
vrolijk
overstemmen de stilte

af en toe komt een ekster
een takje brengen

het lijkt mij een fijne dag
om een nest te bouwen

zondag 23 maart 2014

Hagelbui

We gingen naar huis. Jassen aan, fietsen van slot. Het was een frisse en zonnige ochtend. Maar hee, voelde ik daar een spetter? Nog voordat we onderweg waren bleek de spetter over te gaan in een flinke hagelbui. Toch nog maar weer even naar binnen, schuilen in de kerk. Even plotseling als het begon was het ook weer over.

Oké, weer naar de fietsen, blij dat we die bui niet over ons heen hadden gekregen. Maar helaas, ergens halverwege op weg naar huis begon het alweer ineens te hagelen. Fietsen in de hagel is echt even afzien, oef wat koud en wat zijn die hagelsteentjes gemeen scherp in je gezicht. Schuilen onder een boom lukt ook al niet als er nog geen blaadjes aan zitten. Even plotseling als de hagel begon stopte die ook weer. De zon ging alweer schijnen toen ons huis in zicht kwam.

Er begon me iets te dagen. Vroeger dacht ik altijd dat het of ging regenen of het weer stopte met regenen. Later ging me een lichtje op dat als je aan het fietsen bent en het gaat regenen, het best wel eens zou kunnen zijn dat het niet zozeer begint te regenen, maar dat het op die plek al regende en je de bui binnenfietst.

Ik keek naar boven, de wolken gingen nogal langzaam. Hadden we dan echt staan schuilen voor een hagelbui, die vervolgens richting ons huis vertrok net als wij, maar dat wij harder fietsten dan de wolken zich verplaatsten om vervolgens halverwege thuis in precies dezelfde hagelbui te belanden? Dus.

dinsdag 18 maart 2014

Reading Challenge - een pleidooi voor echt koken

Een pleidooi voor echt koken. Thuiskomen in de keuken - Michael Pollan

Dit boek gaat over eten en over koken en het is ook nog eens enorm leuk om te lezen. Een ideaal boek, aangezien ik van lezen houd, van koken, van eten en van lezen over koken en eten.

Michael Pollan is een Amerikaanse journalist, schrijver en voedseldeskundige. Hij vertelt zijn landgenoten en mensen wereldwijd dat we, in tegenstelling tot wat de voedingsindustrie ons wil verkopen, beter 'gewone' dingen kunnen eten zoals groente en zelfgekookte maaltijden. Dingen die onze overgrootmoeders ook als eten zouden herkennen en zonder allerlei kunstmatige toevoegingen. Dat geloof ik allemaal meteen, maar daar gaat dit boek in eerste instantie niet over. In opvolging van zijn eerdere boeken is ''Een pleidooi voor echt koken" (oorspronkelijke titel: "Cooked, a natural history of transformation") een zoektocht naar hoe je in de praktijk 'dichter bij de natuur' kan koken, eten en gezonder kan leven.

Wat volgt is een soort wervelwind aan weetjes, geschiedenis, cultuur, scheikunde, mooie zinnen met moeilijke woorden, ervaringen, overdenkingen over het waarom van zaken als eten, koken en het leven in het algemeen, kookexperimenten en een paar basisrecepten.

Het boek is verdeeld in vier hoofdstukken, elk over een basistechniek van koken, gekoppeld aan de elementen vuur (roosteren), water (koken), lucht (bakken) en aarde (gisten). Nou heb ik niet echt de ambitie om dingen te doen als een heel varken roosteren, brood bakken op de langzame manier met zuurdesem of eten laten gisten tot je zuurkool, bier of kaas gemaakt hebt. Toch weet Pollan over al deze dingen zo inspirerend en grappig te schrijven dat je je ineens best zou kunnen voorstellen dat je het op een dag gaat uitproberen.

Het meest praktische gedeelte vond ik dat over stoven in het hoofdstuk 'water'. Bladzijden lang worden gevuld met gedachten over uien snijden en ze zachtjes laten pruttelen samen met bleekselderij en wortel. Dat je daar geduld, aandacht en oefening voor nodig hebt. Dat er een chemische reactie plaatsvindt die zorgt voor de smaak umami, wat (echt waar) officieel de vijfde smaak is naast zoet, zout, zuur en bitter. Ik probeerde het inmiddels een aantal keer uit. Sneed de uien heel fijn en liet ze minstens een half uur (zo lang? ja echt, zo lang) op het allerlaagste pitje pruttelen en daarna nog een poos samen met kleine stukjes bleekselderij en wortel. Om er vervolgens een stoofpotje mee te maken, of soep, of tomatensaus. Alleen al de geur die het huis vulde maakte me blij en het smaakte zo lekker dat ik het de moeite en de tijd zeker waard vond.

Maar toch. Koken, vooral als het wat langer duurt, voelt soms een beetje... als tijdverspilling? Als iets dat strikt genomen niet noodzakelijk is, gezien de grote hoeveelheid makkelijke kant-en-klare sausjes, maaltijdmixen en hele maaltijden die te koop zijn. Hoewel ik koken met de jaren steeds leuker ga vinden, en ik het een uitdaging vind om dat op een gezonde, lekkere en betaalbare manier te doen, heb ik er niet elke dag zin in. Met enige regelmaat vraag ik me af waar ik eigenlijk al die moeite voor doe. Over al deze zaken wordt in dit boek uitgebreid gefilosofeerd. Wat mij betreft het mooiste antwoord op de vraag waarom je eigenlijk zou koken bij deze (p.28):

"Koken, heb ik ontdekt, geeft ons de kans, die zo zeldzaam is in het moderne leven, om onszelf op een directe wijze te ondersteunen, en de mensen die we voeden te ondersteunen. Als dit niet 'brood verdienen' is, weet ik het ook niet meer. In de rendabiliteitsanalyse zal het misschien voor een amateurkok niet altijd de meest efficiënte manier zijn om de tijd te besteden, maar in het licht van menselijke emotie zal het desalniettemin mooi zijn. Want welke gewoonte is minder egoïstisch, welke arbeid minder vervreemd, welke tijd minder verspild dan die welke wordt besteed aan het bereiden van iets heerlijks en voedzaams voor geliefden?"

vrijdag 14 maart 2014

"Hij doet niks hoor"

Het begon een jaar of acht geleden.

We woonden met een peuter in een flat op vijf hoog. Dagelijks gingen we met de lift naar beneden en bij terugkomst weer naar boven. Ook de hondenbezitters onder onze medeflatbewoners deden dat als ze hun geliefde viervoeters gingen uitlaten. De desbetreffende peuter had het niet zo op honden. Nou wil het geval dat als je het al niet zo op honden hebt, en je je vervolgens samen met een hond in een hokje van een paar vierkante meter bevindt waarvan de deuren dicht gaan, dat je daar dus wel een beetje benauwd van wordt. Als peuter probeer je niet net te doen alsof er niks aan de hand is en kan je bovendien nog niet relativeren dat je over een minuutje de lift wel weer uit bent. Bij gebrek aan wegrenmogelijkheden ga je dan maar heel dicht achter mama staan, of huilen, zoiets.

Al gauw merkte ik dat de hondenbezitter in kwestie de behoefte heeft om iets te zeggen. Zich te verantwoorden, dat zijn hond echt wel lief is en dat het dus niet zijn schuld is dat mijn kind zo doet. Alsof ze het met elkaar afgesproken hebben is de meest standaard gebruikte uitdrukking daarvoor "hij doet niks hoor".

Taalkundig gezien heb ik moeite met deze uitdrukking. Niks is een groot woord, maar het is niet waar. De hond doet namelijk heel veel. Hij kwispelt, hijgt, kwijlt of blaft. Met een beetje pech wil hij tegen je op springen, of (als je niet in een lift staat) naar je toe rennen. Met nog meer pech wil hij in je kruis snuffelen. Met heel veel pech ben je een van de duizenden mensen die jaarlijks wel door een hond gebeten wordt (even googlen leert dat dat echt heel veel gebeurt). En ook al is het een oud beestje met trouwe hondenogen, dan nog is hij echt heel groot - probeer eens naar een gemiddelde hond te kijken vanuit de ogen van een peuter.

Wat er eigenlijk bedoeld wordt met "hij doet niks hoor" is waarschijnlijk meer iets in de zin van "hij blaft wel heel hard, maar hij heeft nog nooit iemand heel hard gebeten" of "hij rent wel angstaanjagend blaffend naar je toe, maar hij bedoelt dat hij met je wil spelen" of "het voelt misschien eng dat hij aan je snuffelt, maar hij is nieuwsgierig naar wie je bent".

Helpende hondenbezitters ben ik gelukkig ook tegengekomen. Die als ze merken dat een kind bang is, hun hond netjes laten zitten (in het geval van de lift). Of (als je ze tegemoet loopt) hun hond wat strakker aan de lijn doen en gewoon doorlopen, zonder opmerkingen te maken als "ach, is-ie bang?". Of (als daar de tijd voor is) rustig afwachten en na een poosje vragen of je misschien even wil aaien.

Zelf ben ik trouwens niet bang voor honden (nou ja, niet heel erg, behalve dan als als ze grommend naar me blaffen en er eng uit zien, of als ze loslopen en op me af komen rennen bijvoorbeeld). Ik begrijp ook wel dat als je een lieve hond hebt die geen vlieg kwaad doet je je niet goed kan voorstellen dat iemand daar bang voor kan zijn. Maar angst is een ongrijpbare emotie. Er zijn bijvoorbeeld veel mensen verschrikkelijk bang voor spinnen. Die doen dus echt "niks". Of wel? Noem het maar eens niks als ze je dromen binnen komen kriebelen. Of als het van die hele grote zijn, ook al komen die alleen in enge films voor of in landen waar wij heel ver vandaan wonen.

Maar als je echt bang bent, helpt het dus niet om te horen te krijgen dat er eigenlijk niks aan de hand is. Onderliggende boodschap is dat het nergens op slaat dat je bang bent. Wat misschien in een bepaald opzicht wel zo lijkt te zijn, maar veel angsten zijn nou eenmaal irrationeel. Na echt heel vaak "hij doet niks hoor" te horen gekregen te hebben kan ik uit ervaring vertellen dat het echt niks helpt. En dat ik denk dat, ook al zal het meestal aardig bedoeld zijn, de angst van een kind (of een volwassene) door zoiets te zeggen niet serieus wordt genomen.

Ook al heb ik geen hond, ik ga me eens afvragen welke dingen ik misschien zelf onnadenkend zeg waarmee ik de ander eigenlijk niet serieus neem. En bij deze een vriendelijk verzoek: mag de uitdrukking "hij doet niks hoor" misschien afgeschaft worden?

donderdag 13 maart 2014

Schrijven of niet schrijven

Vandaag is het drie weken geleden dat ik hier iets schreef.
Aanleiding om me weer eens af te vragen wat ik zal schrijven.
Hoe vaak.
Waarover.
Waarom eigenlijk.

Voor mijn doen begon ik heel erg impulsief een weblog.
Zonder plan.
Geen vormgeving.
Geen idee eigenlijk.

Nou ja, dat ik wilde schrijven.
Een soort sprong in het diepe.
Wat dan weer niks voor mij is.

Ik leer liever eerst goed zwemmen, en spring dan steeds een stukje verder, totdat ik bij het diepe aangekomen ben. Een beetje geleidelijk zeg maar. Maar ja, je kan toch moeilijk geleidelijk een blog beginnen. Je schrijft, of je schrijft niet.

Ineens weet ik het weer.
Zo makkelijk kan het zijn.
Een blogje schrijven.

donderdag 20 februari 2014

Over dieren

Dieren in de bio-industrie zijn heel zielig.
Vind ik.
Al heel lang.

In de supermarkt merk je er niks van.
Allemaal doodgewone pakjes vlees.
Lekker goedkoop.
Ziet er niet uit als zielig.
Ziet er überhaupt niet uit als dier.

Een euro of vijf voor een kilo gehakt of kipfilet.
Ja, daar kan die kip natuurlijk niet lekker voor scharrelen.
De koe niet in de wei lopen en het varken niet in de modder wroeten.

Daarom wil ik niet elke dag vlees.
En als ik het wel eet denk ik na over het zieligheidsgehalte.
Bio-industrie versus biologisch en alles daar tussenin.

Melk, yoghurt en eieren koop ik biologisch.

Waardering heb ik voor de koe die haar melk gaf
(sinds ik zelf wel eens een flesje melk kolfde nog veel meer)
en ik gun het haar dat ze lekker naar buiten kan
en een beetje de ruimte heeft om te ademen, te leven.

Blij ben ik met de kip die haar ei voor mij legde
(of wilde ze misschien liever broeden, een lief klein kuikentje voor zichzelf?)

Wie ben ik dat ik dieren opeet, of eten voor mij laat maken?
Hoe kan ik weten welk dier blij is en welke niet?
Waar slaat het eigenlijk op dat ik me inleef in een koe, een kip
alsof ik hun begrijp
er ook maar iets van af weet.

Respect voor het leven.
Respect voor het dier dat het leven liet voor mij.
Afkopen van mijn schuldgevoel misschien ook wel.
Maar bewust.
Dat kan niet anders.
Toch?

woensdag 12 februari 2014

Winter

Had ik al eens gezegd dat ik blij wordt van fietsen? Bij deze voor de zekerheid nog een keer. Ik word blij van fietsen. Ik vind de fiets een briljante uitvinding - buitenlucht, bewegen en je verplaatsen naar je bestemming gaat alles in één moeite door. Ondertussen heb je ook nog tijd om na te denken, te genieten van de dingen die je ziet en/of te kletsen met eventuele bij- en meerijders. Dat ik me met behulp van iets eenvoudigs als een fiets op eigen spierkracht kan verplaatsen en dat twee van mijn kinderen dat inmiddels ook zelf kunnen stemt me tevreden.

Een doordeweeks dagelijks terugkomende bezigheid is mijn oudste twee kinderen naar school brengen. Zij hebben leerplicht, ik help ze om op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn. Als ze klaar zijn haal ik ze ook weer op. We doen dit altijd op de fiets (jongste voorop, oudste fietst zelf en middelste fietst naast me of zit achterop). En daar word ik over het algemeen genomen best blij van.

Wel maakt het nogal een verschil wat voor weer het is. In beleving, maar ook in hoeveel tijd het kost. Zon bijvoorbeeld maakt vrolijk. Zon en zomer maken het makkelijk (slippers aan en zo de deur uit). Druilerig weer maakt somber. Regen maakt het bewerkelijk (vier regenpakken uitdelen/aandoen/helpen aandoen, die op het schoolplein waar nodig helpen uitpellen en in de fietstas stoppen en eenmaal thuis in de badkamer te drogen hangen, niet vergeten een droge theedoek in de fietstas te doen om zadels en fietszitjes af te drogen). Kou maakt het ook bewerkelijk (vier keer handschoenen, mutsen en sjaals verzamelen en laten verzamelen, aandoen/helpen aandoen, niet vergeten 's avonds te kijken of alles er nog is, zo niet reserve opzoeken, eventueel natte spullen op de verwarming leggen zodat ze de volgende ochtend droog zijn en de kinderen hier zelf ook aan helpen herinneren, bij heel erge kou ook nog snowboots, skipakje voor dreumes en extra maillots/kniekousen onder de kleren). En o ja, dan hebben we ook nog kou gecombineerd met gladheid, dat maakt het niet alleen bewerkelijk maar ook spannend.

Toen de winter in aantocht was zette ik me schrap. Niet zozeer vanwege de kou, maar vooral vanwege de gladheid. Van de afgelopen jaren hebben we een mooie verzameling winterfoto's met zelfgeboetseerde sneeuwpoppen en van de heuvel afsleeënde kinderen. Aan sneeuwpret geen gebrek. Maar in mijn herinnering was er vooral veel glibberigheid. IJzel. Sneeuw. Halfgesmolten en weer opgevroren spekgladde sneeuw die vervolgens dagenlang bleef liggen. Fietspaden die maar half geveegd/gestrooid werden terwijl we de deur uit moesten als het buiten nog donker was. Weten dat de lente weer een keer gaat beginnen, maar je toch afvragen hoe je de winter ooit door moet komen als het met Sinterklaas al gevaarlijk glad en superkoud is.

Ruim op tijd had ik alle winterjassen, warme kleding en passende handschoenen en dergelijke van zolder gehaald en waar nodig gekocht. Het was nog herfst toen het koud werd. Mijn dagelijkse steun en toeverlaat weeronline.nl kopte op 17 november al 'Winter klopt op de deur'. Maar het viel mee, de winter kwam nog niet echt binnen. Met Sinterklaas geen sneeuw, wel storm. Op 11 december, jawel, gladheid en mist. Ik werd een beetje zenuwachtig, maar 16 december was alweer de warmste 16 december sinds 1989. Er volgden berichten als: 'Zeer zachte en zeer zonnige decembermaand' en 'Warmste 6 januari sinds 1901'. Maar ja, de winter was nog lang niet afgelopen. Op 8 januari kwam de melding 'Van recordwarmte naar sneeuw in één week'. Zou het dan toch? Maar nee, ook nu viel het overal behalve in Groningen reuze mee. Toen ik het 'Sneeuwschuivers in de uitverkoop?' voorbij zag komen haalde ik opgelucht adem. Januari eindigde in de top-10 van warmste januarimaanden. Het is nu half februari en nog steeds zacht voor de tijd van het jaar. De donkerste dagen zijn al achter de rug. De snowboots staan praktisch ongebruikt in een hoekje.

Ondertussen fiets ik blij heen en weer tussen school en huis. Een beetje regen en kou onderweg kunnen we heus wel hebben. Ter compensatie van de uitgebleven sneeuw- en ijspret kijk ik op tv hoeveel Olympische schaatsmedailles we er in Sotsji (waar het trouwens met de sneeuw niet best gesteld is door het zachte weer) nog uit kunnen slepen. En het zou natuurlijk nog wel kunnen gaan sneeuwen deze maand. Dan staan de warme kleren en snowboots klaar. We pakken de slee, een wortel en een fototoestel. Want foto's van sneeuwpoppen en sleeënde kinderen maken de winter pas echt compleet.