donderdag 22 mei 2014

Nou en of!


Met een (waarschijnlijk tijdelijk) Bob de Bouwer-geobsedeerde peuter in huis, ontkom ik er niet dat ik regelmatig aan Bob de Bouwer denk, naar hem kijk en om hem (of eigenlijk nog meer om de peuter die naar hem zit te kijken) moet lachen.

De tv was eerder alleen interessant als er toevallig een broer en/of zus naar aan het kijken was. En dan nog het meest om de knopjes die er op zitten en die je kan proberen in te drukken (het liefst eerst op het nogal kleine en wiebelige tv-kastje klimmen, erop staan en dan op de knopjes drukken).

Maar nu, nu hij bijna twee is, heeft hij ontdekt dat als de tv uit is en er niks te zien is, er toch Bob de Bouwer op zou kunnen komen. Hoewel zijn woordenschat nog niet al te groot is, kan hij wel 'Bo Bou' zeggen, wat best een lang woord is voor iemand die nog niet eens 'mama' zegt.

Met een beetje geluk probeert hij het elk half uur, met een beetje pech elke vijf minuten. Naar de tv wijzen en 'Bo Bou' zeggen. Nog een keer, maar dan iets dwingender. Over de bank heen naar de tv klimmen, daar een Bob-dvd pakken en die aan mij komen geven. Als ik iets zeg in de trant van 'nee, nu geen Bob de Bouwer' een pruillip trekken en heel zielig 'Bo Bou' zeggen.

Hij deed dit vanmiddag ook, terwijl zijn broer en zus Cars keken. Leuk, zou je denken, Cars, maar dat is dus geen Bob de Bouwer. Het is nog best een uitdaging om het dan een beetje gezellig te houden in huis. En laatst had ik een keer een Nijntje dvd aangezet, waarop hij begon te huilen, wat meteen gevolgd werd door een dankbare glimlach toen ik Nijntje toch maar voor Bob verwisselde.

Bob de Bouwer. Het muziekje, de verhaaltjes, de personages (waaronder een reuze enthousiaste maar soms wel wat knullige Bob, een altijd geduldige en stiekum net wat slimmere Wendy en een stelletje machines met de nodige persoonlijke uitdagingen, om maar wat te noemen, een hijskraan met hoogtevrees). Ze roepen bij mij een groepje herinneringen op van een jaar of zeven geleden. Grote broer van nu negen was toen bijna twee. We hadden net onze eerste tv en maar liefst 1 dvd, namelijk Bob's trompet. Eindeloos hebben we dat eerste verhaaltje gekeken, over Bob en zijn trompet, want de andere verhaaltjes wilde hij niet kijken. Gevleugelde uitspraken hebben we er aan over gehouden, waaronder 'maakt niet uit' (op momenten dat er iets gebeurt wat juist wel heel erg uitmaakt) en 'ik kreeg toch al pijn in m'n wangen van al dat geblaas'.

Van een paar jaar later, toen onze dochter peuter was, kan ik me niet herinneren dat zij erg onder de indruk was van Bob de Bouwer. Haar broertje daarentegen nu dus wel. Ik noemde het 'Bob de Bouwer-geobsedeerd' - om een beetje te relativeren dat het niet altijd makkelijk is om het leuk te houden en er tegelijk voor te zorgen dat je peuter niet de ganse dag voor de tv zit. Maar afgezien daarvan vind ik het mooi om te zien. Dat proces van bewustwording, van ontwikkelen van een eigen smaak, voorkeur, uit jezelf bedenken dat iets mogelijk is, duidelijk kunnen maken wat je bedoelt.

Ik zeg maar zo:
Kunnen wij het maken?
Nou en of!

dinsdag 6 mei 2014

Over denken

Ik zou wel wat vaker een blogje willen schrijven.
Ik zou vandaag wel weer eens een blogje willen schrijven.
Ik 
Vandaag zou ik wel weer eens een blogje willen schrijven. 
Maar waarover?
Het boek dat ik las moet wachten tot een volgende keer. En ik kan ook niets grappigs, ontroerends of moois bedenken.

Soms helpt schrijven om m'n gedachten op een rijtje te krijgen.
Maar vandaag wil het niet zo lukken.
Ik wil wel iets schrijven, maar ik kan niet bedenken wat.
Maar ik moet toch ook niks schrijven? Als ik perse iets wil schrijven, zegt dat nog niet dat het de moeite waard is. Ben ik eigenlijk zo belangrijk dat ik denk dat ik daar een heel weblog voor nodig heb?
Mijn gedachten gaan in rondjes en ik krijg ze niet in een rijtje.
Trouwens, niemand gaat het merken als ik vandaag een blog begon die ik nooit afschrijf, en de was moet ook nog gedaan worden. 
Gedachten zijn rare dingen. Je zou ze soms wel even stop willen zetten. Een gedachteloos moment hebben. Alleen lijken die momenten onvoorspelbaar en zeldzaam te zijn.
Ik denk, dus ik ben, zei Descartes. Nu ik er over nadenk, je denkt de hele dag door, bewust of onbewust, net zoiets als ademhalen.

Ik vraag me wel eens af hoe het zou zijn om een dagje in het hoofd van iemand anders te denken. Dat denkt vast heel anders. Wie ben ik eigenlijk, en hoe komt dat?
Hoe zou mijn leven eruit zien als mijn hoofd andere gedachten zou denken?
Ik zou er nog uren over na kunnen denken. Maar de was. die ligt er dus ook nog om opgevouwen te worden. En zometeen moeten er weer kinderen uit bed en van school gehaald worden. Ik kom nergens aan toe zo, het kost best veel tijd al dat nadenken.

Dat ik hier een blogje over zou kunnen schrijven lijkt me wel een goed idee. Alles bij elkaar zijn het zo van die gedachten die zomaar de moeite waard zouden kunnen zijn.
Maar het moet natuurlijk wel een beetje leuk zijn om te lezen hè?
Weet je wat, ik streep gewoon het meeste weg. Dan blijven de leuke dingen vanzelf over. Denk ik.

zondag 4 mei 2014

Vrede





misschien wel het mooiste woord
de mooiste herinnering
de mooiste toekomst

in je land
in je huis
in je hart

vrede

zaterdag 26 april 2014

Onthaasting




boswandeling op peutertempo
mooie steentjes gevonden
'ik hou van jou' gezegd


woensdag 9 april 2014

Reading Challenge - The Story of Stuff


The Story of Stuff. Hoe onze obsessie met spullen de planeet, onze samenleving en onze gezondheid uitput - en een visie op verandering. - Annie Leonard



The Story of Stuff is begonnen als een twintig minuten durende internetfilm die wereldwijd miljoenen keer bekeken werd. Dit boek vertelt dezelfde boodschap als de film, maar dan in ruim 300 pagina's. Iets gedetailleerder dus. Ik heb het gefascineerd uitgelezen. En bezorgd. En beschaamd. Ik denk dat we eigenlijk al wel weten dat we teveel spullen kopen, consumeren, en ook weer weggooien. Teveel afval. Teveel vervuiling. Steeds minder bossen, diersoorten en schone lucht. Steeds meer mensen, dat wel. Maar hoe? Zoveel armoede, honger, mensen die niet eens schoon water te drinken hebben.

Het goede aan dit boek vind ik dat het een totaalplaatje laat zien. Niet alleen onze manier van consumeren is het probleem, of de manier waarop we met afval omgaan, of wat de overheid doet. Maar alles bij elkaar, het hele systeem van winning, productie, distributie, consumptie en afval. De boodschap is dat het systeem moet veranderen, en dat het ook kan veranderen. Het moet, vanwege de grondstoffen die opraken, de planeet die uitgeput raakt, de oneerlijke verdeling dat de rijke mensen de meeste vervuiling en afval veroorzaken, terwijl de arme mensen daar gemiddeld het meeste last van hebben. En het kan, omdat mensen creatief zijn in het bedenken van oplossingen, elkaar kunnen inspireren, overheden en bedrijven maatregelen kunnen nemen die helpen.

Allerlei praktische voorbeelden en tips, zowel op de grote schaal van overheden en bedrijven als op de kleine schaal van je eigen leven, geven een hoopvol idee van wat er kan en wat je zelf kan doen. Niet alle voorbeelden zijn van toepassing op de Nederlandse situatie. Jammer dat er met de vertaling van het boek niet ook een vertaalslag is gemaakt naar onze eigen situatie. Maar daar staat dan wel weer het hoopgevende gevoel tegenover dat je krijgt als je leest dat met enige regelmaat Europa als voorbeeld gebruikt wordt voor hoe het beter kan (dan in de VS, het land waar het meeste gewerkt en geconsumeerd wordt en de meeste hoeveelheid afval per hoofd van de bevolking wordt geproduceerd, en waar minder strenge regelgeving is rondom milieuzaken zoals giftige stoffen).

Na het lezen van dit boek heb ik het eerst eens een paar maanden laten bezinken. Wat ik ervan heb meegenomen is vooral dat we het zo goed hebben, maar dat we vaak zo achteloos met spullen omgaan. Vooral als je kijkt naar alle wegwerpartikelen en verpakkingsmateriaal waar veel grondstoffen voor zijn gebruikt, mensen voor aan het werk zijn geweest (en dan ook nog vaak onder omstandigheden die in het kader van onze Arbowetgeving nooit goedgekeurd zouden worden), fabricage, transport en noem maar op, waar we dan een schijntje voor betalen, om het vervolgens... weg te gooien.

Het blijft dubbel. Minder spullen kopen, en wat ik wel koop bewust proberen te doen, dat probeerde ik al langer. Maar dan nog hoor ik bij de 'big spenders' van de planeet. Het rijkste deel van de wereldbevolking. Bovendien, hoe ik ook mijn best doe, het blijft toch een beetje voelen als een druppel op een gloeiende plaat. Maar ja. Die gloeiende plaat, als je de aarde zo mag noemen, die is er wel. En onze kinderen moeten het ook nog met diezelfde aarde doen. En hun kinderen. Dus het moet. En het is de moeite waard. Geloof ik.

Voor wie benieuwd is naar de film:
http://storyofstuff.org/movies/story-of-stuff/ 

vrijdag 4 april 2014

Lentedag



de zon straalt
warm
blij

de lucht blauw
mooi
stil

de vogels fluiten
vrolijk
overstemmen de stilte

af en toe komt een ekster
een takje brengen

het lijkt mij een fijne dag
om een nest te bouwen

zondag 23 maart 2014

Hagelbui

We gingen naar huis. Jassen aan, fietsen van slot. Het was een frisse en zonnige ochtend. Maar hee, voelde ik daar een spetter? Nog voordat we onderweg waren bleek de spetter over te gaan in een flinke hagelbui. Toch nog maar weer even naar binnen, schuilen in de kerk. Even plotseling als het begon was het ook weer over.

Oké, weer naar de fietsen, blij dat we die bui niet over ons heen hadden gekregen. Maar helaas, ergens halverwege op weg naar huis begon het alweer ineens te hagelen. Fietsen in de hagel is echt even afzien, oef wat koud en wat zijn die hagelsteentjes gemeen scherp in je gezicht. Schuilen onder een boom lukt ook al niet als er nog geen blaadjes aan zitten. Even plotseling als de hagel begon stopte die ook weer. De zon ging alweer schijnen toen ons huis in zicht kwam.

Er begon me iets te dagen. Vroeger dacht ik altijd dat het of ging regenen of het weer stopte met regenen. Later ging me een lichtje op dat als je aan het fietsen bent en het gaat regenen, het best wel eens zou kunnen zijn dat het niet zozeer begint te regenen, maar dat het op die plek al regende en je de bui binnenfietst.

Ik keek naar boven, de wolken gingen nogal langzaam. Hadden we dan echt staan schuilen voor een hagelbui, die vervolgens richting ons huis vertrok net als wij, maar dat wij harder fietsten dan de wolken zich verplaatsten om vervolgens halverwege thuis in precies dezelfde hagelbui te belanden? Dus.