De ideale schoonzoon - Herman Koch Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour - Aaf Brandt Corstius
Nog leuker dan een leuke column, vind ik een boek met een hele verzameling leuke columns. Zo las ik "De ideale schoonzoon" van Herman Koch. Fijne columns over zijn leven als schrijver, over zaken als reizen, geluk, familie en wachten. En dan was daar "Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour" van Aaf Brandt Corstius, met columns die ze schreef voor de nrc.next. Ze schreef ze in 2006 en 2007 over onderwerpen als plekken waar ze naar toe ging, van het Boekenbal tot de Huishoudbeurs, en de politiek (o ja, Balkenende was minister-president en Rita Verdonk kreeg zoveel voorkeursstemmen dat we dachten dat het niet zoveel meer zou worden met Mark Rutte). Ik moest er zo vaak hardop om lachen, dat oudste zoon verzuchtte: "kan je dat lachen niet ergens anders doen, het leidt me af". Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet het geduld had om te wachten met verder lezen totdat ik helemaal alleen was. Waarvoor excuses aan mijn huisgenoten. Minstens net zo hard moest ik vorig jaar lachen om "Het jaar dat ik (2x) moeder werd" van Aaf Brandt Corstius, met columns over haar twee kinderen die in een jaar tijd geboren werden.
Teksten op de achterflap van boeken, ik heb het er niet zo op. Ik lees ze liever helemaal niet, en als ik ze al lees, dan met bijna dichtgeknepen ogen, zodat ik tussen de spleetjes door net een beetje kan lezen waar het over gaat, maar de rest niet per ongeluk ook lees, zodat ik al weet waar het boek over gaat.
Wie verzint die teksten eigenlijk? Mag ik even kwijt dat ik vind dat er op de gemiddelde achterflap al veel te veel over het verhaal verteld wordt? Een beetje in de trant van: "Q. komt in een langdurige tweestrijd terecht als ze moet kiezen tussen X. of Z. Wat zal ze kiezen, wie komt ze op haar weg nog meer tegen en zal het langverwachte geluk haar uiteindelijk toelachen of niet? Een roman over volwassen worden, keuzes maken en moed."
Ik weet nu dus al dat: a) het boek over Q., X. en Z. en nog meer andere mensen gaat b) dat het boek een langdurige tweestrijd gaat beschrijven c) dat op het einde Q. moedig gaat zijn, een keuze gaat maken, volwassen is geworden en bovendien gelukkig
Maar dit alles wilde ik nog niet weten, want ik ging het boek lezen om het te weten te komen. Ik wil een boek liever zalig onwetend lezen, dus vermijd ik achterflap-informatie zoveel mogelijk. Om dezelfde reden vind ik trailers van films trouwens ook een erg hoog spoiler-gehalte hebben. In een minuut tijd komen fragmenten van scenes uit de hele film voorbij, zelfs van bijna op het eind.
Twee nadelen heeft wel. Dat achterflapmijdende gedrag. 1) Het is moeilijker om vantevoren in te schatten of je het boek leuk gaat vinden of niet 2) Als je blogjes wilt schrijven over de boeken die je zelf gelezen hebt, voelt het alsof je zelf een soort achterflappen aan het schrijven bent. Tenzij je helemaal niks over het verhaal vertelt, maar ja, dan heb je ook zo weinig te zeggen.
Eén van de boeken die ik helemaal blanco begon te lezen, is 'Luchtvissers' van Gerwin van der Werf. Puur op het gegeven dat ik zijn columns in Trouw over zijn werk als docent op een middelbare school graag lees, leende ik dit boek. Ik moet zeggen dat het nogal anders was dan ik verwacht had op basis van zijn columns die grappig zijn en scherp en goed geschreven en gaan over het dagelijkse leven van lessen, pubers, schoolreisjes en toetsen. Dat krijg je er dus van, als je aan een boek begint zonder de achterkant gelezen te hebben.
Het boek begint met een citaat uit 'Nooit meer slapen' van W.F. Hermans. Toen had ik eigenlijk al kunnen weten dat dit niet echt een vrolijk boek zou worden. Maar na de eerste bladzijde wilde ik verder lezen, en nog verder, en het uitlezen, en na het einde het liefst ook nog weten hoe het verhaal daarna verder zou gaan.
Wanhoop, geheimen, schuld, (on)geloof, eenzaamheid... en dat alles op een eiland dat is afgesloten van de buitenwereld. Hopeloosheid afgewisseld door sprankjes hoop. Zoveel ellende als erin voorkomt, zo boeiend, mooi en spannend is het geschreven. Een verhaal dat je grijpt en 's avonds laat nog wakker doet liggen.
Toen oudste zoon drie werd begon het. Hij zat op de peuterspeelzaal en mocht trakteren. Inmiddels heb ik alles bij elkaar opgeteld elf keer een jarig kind naar school gebracht met versierd mandje. Daarbij mocht oudste zoon trakteren toen zijn zusje geboren was en trakteerden zoon en datzelfde zusje drie jaar later toen hun broertje geboren was.
Waar ik in het dagelijks leven zelden knutsel, word ik een paar keer per jaar erg vrolijk van het in elkaar zetten van een stuk of 25 autootjes/ treintjes /vlinders/ wat we verder bedenken. Het moet niet. Maar waar 1 zo'n geknutseld dingetje niet heel bijzonder is, wordt het geheel van een stuk of 25 autootjes/ treintjes/ vlinders/ wat we verder bedenken gewoon... heel leuk.
Zo werden het een keer Kameleon-bootjes, en gitaartjes van glimkarton met priegelige snaren erop geplakt, en wiegjes voor als de baby geboren zou zijn. Deze maand werd onze dochter zes jaar. Met haar nieuwe oorbellen in pasgeschoten gaatjes mocht ze trakteren. Ik knoopte daar armbandjes voor (een stuk of 25), begon daar afgelopen zomer al mee, en ja, daar werd ik ook heel blij van...
Op een gegeven moment bereiken ze vanzelf een leeftijd waarop zelf in elkaar geknutselde traktaties niet meer zo nodig hoeven. Gelukkig is jongste zoon pas twee en gaat hij komende lente nog maar voor het allereerst trakteren.
Vier jaar geleden gingen we verhuizen. Van onze flat met balkon naar een huis met een tuin. De tuin zag ik al al helemaal voor me. Bessenstruiken, een appelboom en gras om met je bloten voeten op te lopen.
Toen we voor het eerst even met z'n allen gingen kijken bij het huis waar we zouden gaan wonen was het commentaar van onze zoon van toen vijf: 'waar is het gras - want ik mocht toch grasmaaien?'. Geen gras dus. Ook geen bessenstruiken of appelboom. Wel heel veel tegels trouwens. Ook best handig. Inmiddels hebben we nog steeds geen gras. En ook geen appelboom. Maar wel bessenstruiken. En wat word ik daar blij van!
Zo plantte ik dit voorjaar een braamstruik. Wat een mooie roze bloemetjes kwamen er aan, de braam in wording kan je er al in zien zitten. Veel bramen hebben we er niet van gegeten, maar het was dan ook nog maar een heel klein struikje.
Rode bessen hebben we ook. De blijdschap van de ontdekking van het eerste rood geworden besje maakte ruimschoots goed dat we er uiteindelijk maar een te verwaarlozen aantal bessen van hebben gegeten.
En dan de frambozen. Tegelijk met de braamstruik geplant, een struikje van een centimeter of dertig hoog met een paar blaadjes eraan. Hij groeide en groeide. We plukten er wat frambozen van. Er kwamen nog meer bloemetjes aan, en nog meer. In september waren er elke dag wel een paar rijp. Vandaag plukte ik onderstaande handvol, bijna de allerlaatste van de struik.
Goed. Het is geen manden vol, potten jam en nog over om uit te delen hoeveelheid. Maar ik word er dus echt heel erg blij van...
Sinds kort geeft onze peuter antwoord als je hem iets vraagt. Het liefst ontkennend. IJzersterk kan hij zijn 'nee' onderbouwen: 'Tuurlijk niet' 'Nee niet' 'Nee e wel'
Hij kan een zin van best veel woorden zeggen. Zo roept hij bovenaan de trap naar beneden: 'I-ene, hier ben ik!' Vier woorden achter elkaar. Hoewel hij me verder gewoon mama noemt, roept hij bij de trap mijn naam, extra hard.
Hij kan uitleggen wat er gebeurde: 'Au been toten'
Of verontwaardigd zijn: 'Nou hou op!'
Of iets benoemen waar hij aan denkt: 'Oe i - e' (deze
snapte ik echt niet, maar gelukkig wilde hij het nog een paar keer
herhalen en snapte zijn zus wel dat hij boer Pikkels bedoelde, van Bob de Bouwer)
En ook een heel gesprek voeren: 'mama baan?' - 'nee, nu niet' 'mama baan a-bief?' - 'nee, je hebt net al een banaan gehad' 'nee niet' - 'morgen mag je weer een banaan' 'banaan?'
Voor de zomervakantie, toen hij net twee jaar was geworden, zei hij alleen nog losse woorden van een, hooguit twee lettergrepen. Het viel me soms op dat andere kinderen van zijn leeftijd al veel meer zeiden. Niet dat dat veel uitmaakt, tenzij er natuurlijk iets aan de hand is. Maar toen we op vakantie waren ging hij ineens antwoord geven als je iets vroeg, zinnetjes maken, dagelijks nieuwe woorden zeggen. Ik stel me zo voor dat mijn leuke peuter maandenlang woorden, zinnen, begrippen heeft opgespaard in zijn hoofd. Een soort taalbadje, en op vakantie trok hij de stop eruit. Sindsdien zegt hij steeds meer, kent hij steeds meer namen, spreekt hij woorden vandaag beter uit dan gisteren. Afgezien van de soms lichtelijk frustrerende of ook hilarische momenten, vind ik het vooral verbazend leuk en bijzonder om te zien hoe hij, na als dreumes wat geoefend te hebben, als peuter zomaar de wereld van het gesproken woord binnenbuitelde.